Fragment

... Ze voelde zich steeds verder in de war en van het padje af.

Zou ze? Nee, ze was in staat om haar eigen weg te vinden. Als ze dat echt niet meer kon, nou ja, dan kon ze altijd nog wel om professionele hulp vragen. Maar nu nog niet.

Uit haar ooghoek zag ze rechts van haar een man met een grote strohoed rustig voorbij wandelen. Ze had hem al minstens vijf keer gezien, en besloot hem, nu al voor de zesde keer, te negeren en hem beslist niet om hulp te vragen ook al kende hij de weg op zijn duimpje.

Hè, hoe weet ik dat? Puh, dat denk ik maar, dacht ze.

De verdwaalde vrouw liep verder en verder en verder en kwam nog steeds niemand tegen. Nou ja, behalve dan… De straten waren grijs, saai en verlaten. Ze hoorde niets behalve heel af en toe een auto, trein of scooter voorbij razen en dan ook nog eens heel, heel ver weg.

Ook leken er geen vogels in Stress te leven. Er trok een rilling door haar heen, moedeloosheid daalde op haar neer.

Hoe langer de vrouw door sjokte, hoe eenzamer ze zich voelde. Ze begon zelfs naar de man met de strohoed te verlangen, bedenkend dat hij de enige levende ziel was die ze tot nu toe had gezien in Stress.

Oh, kijk nou, ik denk aan hem en dan is hij er al. Zal ik... Nee, ik ga de weg niet aan een vreemde vragen. Kom op zeg, ik kan mijn weg toch zelf wel vinden? Dacht de vrouw, twijfelend tussen vastberadenheid en paniek.

De man die inmiddels al vrij dichtbij was gekomen stak de straat over en liep bij haar vandaan. Dit herhaalde zich meerdere malen. Elke keer als ze aan de man dacht, zag ze hem. Ze negeerde de man dan niet alleen, ze drukte haar gedachten aan hem onbewust ook weg. De vrouw werd bozer en bozer als ze aan hem dacht en hem weer zag.  

'Ik wou dat die man eens weg bleef. Engerd!' En als ze hem onverhoopt nog een keer zag, en haar woede op zweepte was hij verder weg dan de keer er voor.  En verder en verder…                                                                     

Op een gegeven moment realiseerde ze zich dat ze de man met de strohoed al een tijd niet meer had gezien. En er drong nog iets anders diep tot haar door: ze was compleet verdwaald, ze kon totaal niet meer bedenken hoe ze moest lopen. Ze kon eigenlijk helemaal niet meer lopen, voelen of denken. Ze kon en wilde niets meer.

© Margreet Bijkerk, Widdershins, 2019                       Privacyverklaring 

  • Facebook - grijze cirkel